Uit het boekje "VREDE AANRAKEN, De kunst om in aandacht te leven"
van Thich Nhat Hanh
(te koop bij de wijze kater www.wijzekater.com , te leen bij Jan-Berno)
Het zesde hoofdstuk ter inspiratie:
Vredescontract
Opdat wij nog lang en gelukkig met elkaar mogen leven en onze liefde en ons begrip voor elkaar mogen blijven verdiepen en doen groeien, beloven wij, ondergetekenden, het volgende in acht te nemen en daadwerkelijk in praktijk te brengen:
ALS IK BOOS BEN, BEN IK BEREID OM:
ALS IK DE ANDER BOOS GEMAAKT HEB, BEN IK BEREID OM:
5. Mijn verontschuldigingen aan te bieden zodra ik
mijn eigen onzorgvuldigheid inzie,
zonder te proberen mijzelf te
rechtvaardigen en zonder te wachten tot vrijdag.
Wij beloven, met Boeddha als getuige en in aanwezigheid van de gemeenschap, ons aan deze regels te houden en ze oprecht na te leven. Wij beroepen ons op de Boeddha, de dharma (leer) en de sangha (gemeenschap) om ons te beschermen en ons inzicht en vertrouwen te schenken.
getekend, datum, plaats,
Wanneer we boos zijn, zien we er meer uit als een bom
die op het punt staat te exploderen dan als een mooie bloem. Alle spieren in ons gezicht
zijn gespannen. Omdat boosheid zoveel leed kan veroorzaken, hebben we in Plum Village een
'Vredescontract' opgesteld, dat we - alleen of met een partner - in aanwezigheid van de
gemeenschap kunnen ondertekenen, om beter met onze boosheid te leren omgaan. Het is niet
alleen maar een papiertje, maar een oefening die ons kan helpen lang en gelukkig met
elkaar samen te leven. Het contract bestaat uit twee delen: het ene deel heeft betrekking
op degene die boos is en het andere op degene die de boosheid veroorzaakt heeft. Als we
ons, wanneer we boos worden of wanneer de ander boos op ons is, aan de aanwijzingen in het
vredescontract houden, zullen we precies weten wat we wel en niet moeten doen.
In het eerste artikel spreken we af dat we, als we boos zijn, niets
zullen zeggen of doen dat verdere schade kan aanrichten of dat onze boosheid kan
aanwakkeren. Wanneer we boos zijn leggen we onszelf een beperking op betreffende hetgeen
we zeggen en doen.
In het tweede artikel spreken we af onze boosheid niet te onderdrukken.
We spreken er over, maar wel op het juiste moment en niet meteen. We halen minstens drie
keer bewust adem voor we er iets over zeggen. Als we dat niet doen, is de kans groot dat
het niet veilig is om erover te spreken.
In het derde artikel spreken we af ons volledig op onze ademhaling te
richten en naar ons eigen centrum terug te keren. We weten dat we boos zijn en we
onderdrukken of ontkennen onze boosheid niet, maar ontfermen ons erover door bewust in en
uit te ademen en onze boosheid met liefdevolle aandacht te omgeven. We kunnen daartoe
rustig gaan zitten of buiten gaan wandelen. Als we een half uur nodig hebben om bewust in
en uit te ademen, nemen we er een half uur de tijd voor. Als we er drie uur voor nodig
hebben, nemen we er drie uur voor.
De Boeddha zei tegen zijn leerlingen: 'Vrienden, neem nooit je
toevlucht in iets buiten jezelf. Wees als een eiland en neem toevlucht in het eiland van
je zelf.' Als we het moeilijk hebben en niet weten wat we moeten doen, kan dit ons heel
erg tot steun zijn.
Als ik in een vliegtuig zou zitten dat op het punt stond neer te
storten, dan zou ik dit doen. Als we goed oefenen, heeft ons eiland bomen, vogels, een
mooie rivier en grond die ons draagt. Een Boeddha zijn wil zeggen dat je in aandacht
leeft. De dharma is geen boekenwijsheid maar komt tot leven in elke bewuste ademhaling. De
sangha is te vinden in de vijf elementen waaruit ons 'zelf' bestaat: vorm, gevoel,
waarneming, denkbeelden en bewustzijn. Wanneer deze elementen met elkaar in harmonie zijn,
voelen we ons licht en vredig. Wanneer we proberen bewust te ademen en in aandacht te
leven, is de Boeddha aanwezig. Als we naar onszelf teruggaan en daar de Boeddha ontdekken,
zullen we veilig zijn. In het vierde artikel van het contract
staat dat we vierentwintig uur de tijd hebben om onszelf te kalmeren. Dan moeten we de
ander laten weten dat we boos zijn. We hebben niet het recht om langer met onze boosheid
rond te lopen. Als we dat wel doen, kan dat een vergiftigende uitwerking hebben en zowel
onszelf als degene die ons dierbaar is, vernietigen. Als we met deze oefening vertrouwd
zijn geraakt, kunnen we misschien al binnen vijf of tien minuten zeggen dat we boos zijn,
maar vierentwintig uur is het maximum.
We kunnen bijvoorbeeld zeggen: 'Wat je vanmorgen zei maakte me heel
boos. Het deed me heel veel pijn en ik wil dat je dat weet.'
In het vijfde artikel wordt voorgesteld dat we tenslotte zeggen: 'Ik
hoop dat we voor vrijdagavond allebei de tijd hebben genomen om er eens diepgaand naar te
kijken.' Vervolgens maken we een afspraak. Vrijdagavond is een goed moment om alle grote
of kleine bommen te ontmantelen, zodat we het weekend in harmonie kunnen doorbrengen. Als
de vierentwintig uur bijna voorbij zijn en we ons nog steeds niet rustig genoeg voelen om
erover te praten, kunnen we het volgende 'vredesbriefje' sturen:
datum, tijd,
Lieve .......... Vanochtend (vanmiddag) zei (deed)je iets dat me heel boos gemaakt heeft, n.l.: ..........
Het heeft me heel veel pijn gedaan en ik wil dat je dat weet. Ik zou er graag samen op een rustige, open manier naar willen kijken en er dieper op ingaan. Zou jij aanstaande vrijdagavond kunnen?
Je op dit moment niet erg gelukkige,
Als we zo'n soort briefje schrijven, moeten we ervoor
zorgen dat de ander het binnen de tijdslimiet van vierentwintig uur onder ogen krijgt. We
kunnen niet zo maar zeggen: 'Ik heb het op je bureau gelegd en als je het niet gezien
hebt, is het jouw schuld.' Dit is in ons eigen belang omdat we ons al meteen iets
opgeluchter zullen voelen als we weten dat de ander het briefje ontvangen heeft. Het is
het beste om het direct, op een rustige manier, te zeggen, maar als we denken dat we dat
niet kunnen, is het beter om een vredesbriefje te schrijven en dat aan de ander te geven,
maar wel voor de vierentwintig uur verstreken zijn.
In het zesde artikel staat dat we niet moeten doen alsof we niet boos
zijn. Soms zijn we te trots om te erkennen dat we ons gekwetst voelen. We moeten echter
niet zeggen: 'Ik ben niet boos. Er is niets om boos over te zijn.' We moeten de waarheid
niet verbergen. Boos is boos. Dit is een belangrijk gegeven in het vredescontract. Trots
mag geen barrière zijn die onze relatie kapot maakt. We zijn elkaar trouw en ondersteunen
elkaar. Waarom zouden we zo trots zijn? Mijn pijn is zijn pijn. Zijn lijden is mijn
lijden.
In het zevende artikel wordt gezegd dat we onze aandacht op de volgende
punten moeten richten terwijl we zit- en loopmeditatie doen, onze ademhaling volgen, diep
in onszelf kijken en in ons dagelijks leven zo aandachtig mogelijk zijn:
1. Zien waar we zelf in het verleden niet zorgvuldig zijn geweest.
2. Zien waar we de ander vroeger gekwetst hebben en onszelf bekennen: 'Ik heb de gewoonte
om snel boos te worden en een ander te kwetsen.'
3. Zien dat de hoofdoorzaak van onze boosheid ons eigen zaadje van woede is, dat
regelmatig uit ons opslagbewustzijn naar boven komt; dat de ander niet de belangrijkste
oorzaak van ons lijden is; dat we vrienden hebben die niet zo snel boos worden hoewel er
in hen ook een zaadje van boosheid is, maar klaarblijkelijk niet zo sterk als het onze.
4. Zien dat de ander ook lijdt en daardoor onzorgvuldig was en ons zaadje van boosheid
water gaf. Erkennen dat hij niet de hoofdoorzaak van ons verdriet is. Misschien was hij de
aanleiding of misschien dachten we dat alleen maar en had hij helemaal niet de bedoeling
om ons te kwetsen.
5. Sommige mensen geloven - heel naïef- dat ze, als ze boos zijn, zich beter zullen
voelen als ze de ander eens flink de waarheid zeggen en hem kwetsen. Dat is niet bepaald
wijs, maar veel mensen handelen zo. We moeten er daarom rekening mee houden dat de ander
misschien alleen maar verlichting voor zijn eigen lijden zocht.
6. Zien dat we niet echt gelukkig kunnen zijn zolang de ander lijdt. Wanneer iemand in de
gemeenschap zich ongelukkig voelt, voelt de hele gemeenschap zich ongelukkig. Als wij niet
meer willen lijden, moeten we naar de juiste wegen zoeken om de ander te helpen niet meer
te lijden. Pas wanneer hij niet meer lijdt, kan de gemeenschap echt gelukkig zijn.
Het achtste artikel vertelt ons dat we, wanneer we tijdens ons
diepgaand zelfonderzoek onze eigen onzorgvuldigheid en ons gebrek aan aandacht beseffen,
direct onze excuses moeten maken, zodat de ander zich niet langer schuldig hoeft te
voelen. Dat is beter dan tot vrijdagavond te wachten. Als we ontdekken dat we boos werden
door een misverstand, of omdat we de gewoonte hebben te snel te reageren, moeten we naar
de ander toegaan en zeggen: 'Het spijt me dat ik zo onzorgvuldig was. Er was geen enkele
reden om zo boos te worden. Wil je het me vergeven?' De ander zal zich daardoor opgelucht
voelen. We kunnen de cirkel van lijden beter zo snel mogelijk doorbreken.
In het negende artikel staat dat we, als we ons vrijdags nog niet kalm
genoeg voelen om over de kwestie te praten, de afspraak nog een paar dagen of een week uit
moeten stellen. Als we niet rustig zijn, is het nog niet het juiste moment om erover te
praten en moeten we eerst nog een paar dagen aandachtig zitten, lopen en ademhalen.
De vijf artikelen in het tweede deel hebben betrekking op degene die de
ander boos heeft gemaakt. Het eerste artikel gaat over het respecteren van de gevoelens
van degene die boos is. We moeten niet zeggen: 'Waarom ben je boos? Ik heb niks gedaan.'
Elk gevoel heeft een bepaalde levensduur - het komt op, houdt een tijdje aan en zakt
geleidelijk weer weg. Zelfs al zien we dat haar boosheid nergens op slaat en dat ze er
helemaal naast zit, dan dringen we er nog niet meteen bij haar op aan om niet meer boos te
zijn. We helpen haar of laten haar met rust, zodat haar boosheid vanzelf wegebt.
In het tweede artikel staat dat, wanneer de ander gezegd heeft dat hij
zich gekwetst voelt, we niet moeten aandringen om er meteen over te praten. Als we dat
toch doen, kunnen we alles kapot maken. We leven het contract na en gaan akkoord met de
afspraak voor vrijdagavond. Ondertussen hebben we de gelegenheid om de situatie diepgaand
te bekijken. 'Wat heb ik gezegd? Waarom is zij boos geworden?' Onderzoek dit alles
nauwkeurig terwijl je zit, loopt en bewust ademhaalt. Dat is echte meditatie.
Het derde artikel zegt dat we, wanneer we een vredesbriefje gekregen
hebben, direct moeten laten weten dat we er vrijdagavond zullen zijn. Dat is belangrijk,
omdat ze zich al wat opgeluchter zal voelen als ze weet dat we haar briefje ontvangen
hebben.
Het vierde artikel adviseert ons aandachtig te ademen zodat we vanuit
een innerlijke rust het volgende kunnen zien:
1.We hebben de zaadjes van onvriendelijkheid en boosheid in ons en het is een gewoonte
geworden om die zaadjes op te laten komen. We hebben de ander al eerder ongelukkig
gemaakt. We erkennen de mogelijkheid dat we medeverantwoordelijk zijn voor de pijn die hij
doormaakt, ook al zien we op dit moment nog niet wat ons aandeel daarin is.
2. Misschien hadden we het zelf moeilijk en dachten we dat we, door tegen de ander uit te
vallen, wat lucht zouden krijgen. Maar dit brengt geen echte opluchting en we moeten leren
inzien dat dit geen nut heeft. We moeten er niet van uitgaan dat we ons eigen lijden
kunnen verlichten door een ander ongelukkig te maken.
3. Wanneer we er diepgaand naar kijken, zien we dat zijn lijden ons lijden is. Als we iets
kunnen doen om zijn lijden te stoppen, komt dat ook onszelf ten goede.
Het vijfde artikel zegt dat, als we onze excuses willen aanbieden, we
dat direct moeten doen en daar niet mee moeten wachten. We kunnen de telefoon pakken en
direct bellen, zonder te proberen ons te verdedigen of alles uit te leggen. Een oprechte
verontschuldiging kan wonderen doen. We hoeven alleen maar te zeggen: 'Het spijt me heel
erg. Ik was er niet met mijn aandacht bij en ik had geen begrip voor jouw situatie.' Daar
hoef je niet mee te wachten tot vrijdag.
Het vredescontract is een oefening in aandacht. Bestudeer het
alsjeblieft nauwkeurig, en zoek met zorg een moment uit om het te ondertekenen. Het beste
zou zijn dit in een meditatiehal te doen, aan het einde van een Dag van Aandacht. In
aanwezigheid van de gemeenschap beloof je om de artikelen van het contract in acht te
nemen en ze ook werkelijk na te leven. Dan onderteken je het contract. Als je niet
werkelijk van plan bent om je eraan te houden, kun je het beter niet tekenen. Als je
tekent en je daadwerkelijk aan het vredescontract houdt, zullen jij en degene met wie je
het contract getekend hebt, daar wel bij varen. Jullie vaardigheid om goed met boosheid om
te gaan zal ons allemaal ten goede komen.
Ik hoop dat jullie willen helpen om het gebruik van het vredescontract
te bevorderen door er artikelen over te schrijven, en door retraites of discussies te
leiden over de essentie van het contract en hoe je het in praktijk kunt brengen. Op die
manier kunnen ook mensen zonder meditatie-ervaring ervan leren en er profijt van trekken.
Ik geloof dat een dergelijk vredescontract in de toekomst een belangrijk aspect van onze
oefening in aandacht zal zijn. Je kunt er meer artikelen aan toevoegen om het beter op je
eigen situatie af te stemmen. Ik wens jullie een gelukkig en harmonieus leven.